Polemiek CCM
In de loop van 2007 heb ik een aantal vragen gesteld aan smaakmakers in onze branche. Een daarvan was gericht aan Dick Bakker, baas van WGCC en richtte zich op de voortgang van een mogelijke federatie : een samenwerkingsverband tussen de diverse verenigingen.
Tijdens de nieuwjaarsborrel van VCN wist de woordvoerder van WGCC mij te melden dat hij een antwoord had gedicht en doorgestuurd naar de redactie van dit blad. Ik neem aan dat Herman Nieuwenhuis spreekt namens Dick Bakker, of toch niet ?
Ik neem de vrijheid om deze rubriek deels aan zijn reactie te wijden. Allereerst de toon : daar spreekt de nodige frustratie uit. En ik begrijp de frustratie ook : een mislukt CAO dispuut, morrende leden, een mislukt opzetten van een bel me niet bestand, een driftige wetgever en wat dies meer zij.
Geruststellend meldt Herman/Dick vervolgens dat we ons geen zorgen hoeven te maken over de voortgang, ik al helemaal niet. Dat laatste gebeurt onder de verwijzing naar de periode dat ik voorzitter was van de VCN en dat in die periode de beoogde samenwerking ook niet tot stand is gekomen. Dat vraagt om enige uitleg, zeker naar Dick/Herman. Laat ik, heren, kort een historisch perspectief voor u beiden schetsen.
Uit de brandende puinhopen van DSMA, meer in het bijzonder, de telecomernce council, werd door een aantal oude rotten uit de branche een vereniging opgericht met als doel het behartigen van de belangen in de breedste zin van het woord van inhouse call centers. Om een financiële startpositie te scheppen werd besloten ook toeleveranciers toe te laten tot maximaal een derde van het totaal aantal leden. In die aanloop periode zijn het met name de oprichters geweest die een en ander financieel mogelijk hebben gemaakt. Joop Evers was in die periode het boegbeeld van de Vereniging.
Kort na de start bood de WGCC hulp aan.
Bij het bereiken van, ik meen enkele tientallen leden werd die hulp van de WGCC nogmaals herhaald en vonden de eerste gesprekken plaats. Het beeld dat ontstond bij de bestuursleden van VCN was dat WGCC meer uit was op een inlijving van VCN dan op een samenwerkingsverband op gelijkwaardig niveau.
De strategie werd dan ook : wij, VCN, zullen eerst zorgen dat we een grote marktpartij worden met voldoende leden en voldoende financiële onafhankelijkheid zodat we, zodra die positie zou zijn bereikt, er inhoudelijke gesprekken over samenwerking met WGCC zouden kunnen worden gestart. Welnu, beste Derman/Hick, in mijn periode als voorzitter hebben we aan die strategie vaart en inhoud gegeven en bij het aantreden van het nieuwe bestuur van VCN, inmiddels twee jaren geleden, was een uitmuntende positie gecreëerd om de gesprekken met energie en gelijkwaardigheid in te gaan en af te ronden. In de loop van de zitting periode van het oude bestuur werden daarover al de eerste voorbereidende gesprekken gevoerd met het bestuur van de WGCC.
Ik begrijp overigens dat je zulks nadrukkelijk nalaat te melden in jouw/jullie reactie, immers twee jaar geen effectieve voortgang boeken is niet bepaald iets om publiekelijk te delen.
Vervolgens wordt in jullie tekst melding gemaakt van ….moeten we ons zorgen maken…………. ( lees over het uitblijven van een federatie ) Je hoeft geen ervaren rot in welk vak dan ook te zijn om, zodra deze opmerking wordt gemaakt, te weten dat er dan juist altijd reden is om je zorgen te maken. Zo ook hier. Hick/Derman, jullie reactie is volkomen onder de maat, op de persoon gericht, zonder inhoud, immers een antwoord op mijn herhaaldelijk gestelde vraag hebben jullie nog altijd niet gegeven, getuigt van vreselijke, gevoelige lange tenen en, zoals gemeld, van begrijpelijke frustratie.
Of, Herman, ben jij de enige die verantwoordelijk is voor deze polemiek?
Tenslotte : vrinden van VCN : waarom niet gewoon de facilitaire call centers warm onthalen als lid in de VCN gelederen?
VCN heeft immers een sterke, financieel onafhankelijk positie in de markt, is veruit de grootste belangbehartiger en zou zelf de regie moeten kunnen voeren over een federatieve koepel organisatie.
Ik vermoed dat er vele facilitaire call centers zijn die graag hun inhoudelijke inbreng expliciet maken. En, laten we vooral niet uit het oog verliezen dat alle facilitaire collega’s uiteindelijk een verlengstuk ( onderdeel ) zijn in de uitvoering van de inhouse centers. Wellicht een aardig onderwerp tijdens de komende ALV.